+31 (0)165 74 60 15

×

Door | Gedrag

Sturen op resultaat, activiteiten of competenties?

Je teamlid werkt hard. De inzet is er. Maar het resultaat blijft achter. Je spreekt hem aan. Je benoemt de cijfers. Je zegt dat het beter moet. En toch verandert er weinig.

Herkenbaar? Dan is de kans groot dat je op de verkeerde knop stuurt.

Veel leidinggevenden grijpen bij tegenvallende prestaties automatisch naar het resultaat: meer omzet, meer plaatsingen, betere scores. Maar resultaat is altijd het gevolg van een reeks van activiteiten. En hoe die activiteiten worden uitgevoerd. Wie alleen op het resultaat stuurt, mist de oorzaak.

Het RAC-model geeft je een praktisch stuurframe om snel de juiste diagnose te stellen. Niet harder sturen, maar slimmer. Niet meer druk, maar de juiste knop.

Sturen op gedrag en resultaat: waarom resultaat altijd een uitkomst is

Stel: een medewerker haalt zijn target niet. Wat doe je? De meeste leidinggevenden benoemen het resultaat: ‘Je moet meer verkopen’, ‘De cijfers moeten omhoog’, ‘die rapportage moet vandaag echt af’ en ‘het verzuim moet omlaag’. Dat klinkt daadkrachtig. Maar het is sturen op de uitkomst, terwijl de oorzaak ergens anders zit.

Resultaten volgen gedrag, nooit andersom. Achter elk resultaat zit een keten: iemand doet dingen (activiteiten), en doet die op een bepaalde manier (competenties). Pas als die twee op orde zijn, volgt het resultaat.

RAC model

Als je die keten niet analyseert, stuur je blind. Je medewerker voelt de druk, maar krijgt geen houvast. Hij gaat harder werken, maar niet anders. Het resultaat blijft achter, de irritatie groeit aan beide kanten.

Het RAC-model doorbreekt dat patroon.

Het RAC-model uitgelegd: drie knoppen, één diagnose

RAC staat voor Resultaten, Activiteiten en Competenties. Het model geeft je drie knoppen om aan te draaien, elk met een eigen logica en een eigen moment.

R: Resultaten

Resultaten zijn de uitkomsten van het werk: omzet, plaatsingen, klanttevredenheid, doorlooptijd, levering op tijd. Je stuurt op resultaat als een teamlid voldoende vaardig is én voldoende in beweging is.

Een verkoper wordt afgerekend op omzet of het aantal afgesloten contracten. Een planner in de logistiek wordt afgerekend op de doorlooptijd van een order of het percentage leveringen dat op tijd binnenkomt. In beide gevallen is dit een eindstation: het zegt iets over de uitkomst, maar niets over wat daaraan voorafging.

Stuur je op resultaat terwijl de activiteiten of competenties het probleem zijn? Dan voeg je druk toe zonder richting. Dat werkt averechts.

RAC model

A: Activiteiten

Activiteiten zijn de meetbare taken die het werk in beweging brengen, zoals aantal belletjes, afspraken, voorstellen, opvolgmomenten, 1-op-1-gesprekken, overdracht, weekoverleg. Activiteitsturing werkt motiverend als iemand wel wil, maar niet vanzelf in ritme komt.

Je creëert structuur. Voor een verkoper kan dat betekenen: tien gerichte belletjes per week, of twee opvolgmomenten na elke offerte. Voor een teamleider in de zorg kan het gaan om een vast overdrachtsmoment per dienst, of een kort weekoverleg waarin elk teamlid zijn planning deelt.

Let op: meer activiteiten betekent niet automatisch meer resultaat. Het gaat om slimme activiteiten, op het juiste moment, gericht op de juiste stap.

C: Competenties

Competenties gaan over het HOE: hoe iemand een gesprek voert, keuzes maakt, doorvraagt, structureert en afsluit. Niet wat iemand doet, maar hoe diegene het doet. En juist dat HOE bepaalt de kwaliteit van de conversie.

Dat zie je terug in elke stap van het werk. Bijvoorbeeld:

Twee sales medewerkers die evenveel belletjes plegen, kunnen een totaal verschillende conversie hebben van gesprek naar afspraak. Eén vraagt goed door, creëert relevantie en maakt een heldere vervolgafspraak. De ander voert het gesprek, maar mist de overtuiging of de structuur om de volgende stap te verzilveren. Zelfde activiteit, ander resultaat. Het verschil zit in competenties.

Twee projectleiders sluiten allebei een werkoverleg af. De ene rondt af met een helder besluit, een eigenaar en een deadline. De andere laat het overleg eindigen in een goed gesprek, zonder concrete vervolgstap. Zelfde activiteit (een overleg) maar een totaal ander resultaat. Ook hier zit het verschil in competenties: structureren, besluiten vastleggen en mensen aanspreken op afspraken.

Dit maakt de C-knop tot de krachtigste hefboom in het model. En tegelijk de meest vergeten. Competenties zijn minder zichtbaar dan cijfers en minder makkelijk meetbaar dan aantallen. Ze vragen observatie: meelopen, meekijken, een gesprek nabespreken. Dat kost meer tijd dan een dashboard checken. Maar het loont. Want als competenties het probleem zijn, heeft sturen op meer activiteit geen zin. Iemand die honderd belletjes pleegt zonder de juiste gespreksvaardigheden, boekt geen beter resultaat dan bij tachtig. Je lost een kwaliteitsprobleem niet op met kwantiteit.

De interventie op C is dan ook anders van aard: niet meer vragen, maar betere vragen stellen. Niet harder werken, maar anders werken. Dat vraagt coaching in de praktijk, gerichte feedback en ruimte om te oefenen.

Casus 1: Mark werkt hard, het resultaat blijft achter

Manager Lisa stuurt recruiter Mark al weken op resultaat: “Je moet meer plaatsingen realiseren deze maand.” Mark werkt hard, voert veel gesprekken, maar blijft achter. Lisa blijft herhalen: “Kom op, nog even knallen.”

Ze kijkt alleen naar de R.

Wat blijkt als je doorvraagt? Mark doet ruim voldoende activiteiten: dertig belletjes per week, twaalf intakegesprekken. De A zit goed. Maar zijn conversie van kennismaking naar het voorstellen van kandidaten bij klanten is extreem laag. Hij vraagt weinig door, realiseert geen vervolg en maakt geen duidelijke afspraken. Dat is een C-probleem.

Gevolg: Mark voelt druk, maar krijgt geen handvatten. Hij gaat nóg harder werken. Niet slimmer. Het resultaat blijft achter en de frustratie groeit aan beide kanten.

Wat had Lisa moeten doen? De diagnose stellen. Activiteiten checken, conversie analyseren, meekijken in het gesprek, coachend leidinggeven. Zodra duidelijk is dat het probleem in de competenties zit, verschuift de sturing: niet meer intakegesprekken, maar betere gesprekken. Oefenen op doorvragen, structuur in het gesprek, een duidelijke vervolgafspraak maken.

Dat is het verschil tussen harder sturen en slimmer sturen.

De volgorde van sturen: hoe stel je de diagnose?

Het RAC-model werkt het best als je een vaste analyselijn aanhoudt:

  1. Blijft het resultaat achter? Kijk eerst naar de activiteiten.
  2. Zijn de activiteiten op orde? Kijk dan naar de competenties.
  3. Zijn competenties goed? Check markt, product of context.
  4. Pas als stap 1 tot en met 3 in orde zijn, stuur je op resultaat.

Die volgorde voorkomt dat je grijpt naar je favoriete knop. Veel leidinggevenden sturen van nature op resultaat of activiteiten, omdat die zichtbaar en meetbaar zijn. Competenties vragen observatie, gesprek en coaching. Dat kost meer, maar levert het meeste op.

Een praktisch hulpmiddel: loop wekelijks bij één teamlid na waar hij staat op R, A en C. Welke knop verdient aandacht? Wat ga je de komende week concreet doen?

Casus 2: Fatima en haar projectteam

Niet alleen in sales speelt dit. Fatima is teamleider bij een gemeente en heeft een medewerker, Joris, die zijn taken structureel te laat oplevert. Fatima spreekt hem hier regelmatig op aan: “De deadlines moeten gehaald worden.”

Ze stuurt op R. Maar wat is er echt aan de hand?

Joris werkt veel. Zijn agenda is vol (A zit goed). Maar hij heeft moeite met prioriteren, neemt te veel aan en durft geen nee te zeggen aan collega’s die tussendoor om hulp vragen. Dat is een C-probleem: eigenaarschap, grenzen stellen en plannen.

Meer druk van Fatima leidt tot meer stress bij Joris, niet tot betere oplevering. Wat wél werkt: samen in kaart brengen hoe Joris zijn week inricht, oefenen op het stellen van prioriteiten, afspreken hoe hij omgaat met onverwachte verzoeken.

De knop was niet R. De knop was C.

 

Zo maak je prestaties bespreekbaar

Een bijkomend voordeel van het RAC-model: het maakt het gesprek over prestaties objectiever en constructiever. In plaats van ‘het resultaat moet omhoog’ bespreek je waar het werkelijk zit. Dat vraagt drie vragen die je bij elk teamlid kunt stellen:

  1. Wat zie ik op resultaat? Wat zijn de cijfers, de uitkomsten, de kwaliteit van het werk?
  2. Wat zie ik op activiteiten? Is er genoeg beweging, op de juiste momenten, gericht op de juiste stap?
  3. Wat zie ik op competenties? Hoe wordt het gedaan? Waardoor stokt de conversie?

Die drie vragen geven richting aan het gesprek en aan jouw coaching. Ze voorkomen dat je praat over wat er niet goed gaat, zonder dat duidelijk wordt wat er dan wél moet veranderen. Niet alles is meetbaar in cijfers. Maar met het RAC-model is vrijwel alles bespreekbaar.

Begin vandaag: kies één knop

Je hoeft het RAC-model niet in één keer overal toe te passen. Begin bij één teamlid bij wie het resultaat achterblijft. Stel de drie vragen. Bepaal op welke knop je tot nu toe stuurde. En bepaal welke knop er nu eigenlijk aan de beurt is. Die ene bewuste keuze maakt het verschil tussen druk toevoegen en richting geven.

Wil je direct aan de slag met het RAC-model in jouw team? Download de gratis RAC Diagnosekaart en bepaal per teamlid in één overzicht aan welke knop je moet draaien.

Samenvatting

Resultaten volgen gedrag, nooit andersom. Wie als leidinggevende alleen stuurt op de uitkomst, mist de oorzaak. Het RAC-model geeft je drie knoppen die er werkelijk toe doen: Resultaten, Activiteiten en Competenties. Elk met een eigen logica, elk geschikt voor een andere situatie.

De diagnose begint bij de volgorde: als het resultaat achterblijft…zijn de activiteiten op orde? Zo ja, kijk dan naar de competenties. Competenties zijn de krachtigste hefboom en de meest vergeten knop. Ze bepalen de kwaliteit van de conversie en daarmee het resultaat.

Met het RAC-model maak je prestaties bespreekbaar zonder af te rekenen op uitkomsten die buiten iemands directe invloed liggen. Je stuurt gerichter, coacht concreter en geeft mensen houvast in plaats van druk.

Veelgestelde vragen over het RAC-model

Het RAC-model is een stuurframe voor leidinggevenden, bestaande uit drie knoppen: Resultaten, Activiteiten en Competenties. Het model helpt je snel de juiste diagnose te stellen als een teamlid achterblijft, zodat je gericht kunt coachen op de juiste plek.
Resultaat is altijd een uitkomst van gedrag en beweging. Als je stuurt op de uitkomst zonder te weten waar het probleem zit, voeg je druk toe zonder richting. Iemand die harder werkt op de verkeerde manier, boekt geen beter resultaat.
Als een teamlid voldoende vaardig is, maar niet vanzelf in ritme komt. Je creëert structuur door concrete aantallen en momenten af te spreken: aantal belletjes, gesprekken, opvolgmomenten per week.
Als iemand voldoende in beweging is, maar de activiteiten niet het gewenste resultaat opleveren. Waar een conversie stokt, zit vrijwel altijd een competentie-issue. Dan coach je op het HOE, zoals doorvragen, structuur, afsluiten, eigenaarschap.
Loop wekelijks bij minimaal één teamlid de drie vragen na: wat zie ik op R, A en C? Welke knop heeft aandacht nodig? Maak dat bespreekbaar in een coachgesprek en koppel er een concrete afspraak aan.

Wil je als leidinggevende leren hoe je met het RAC-model stuurt op teamperformance?

Of zoek je begeleiding bij performance management binnen jouw team? Neem contact op, we denken graag met je mee.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.